Veroline (b1q)

‘Ik vind het heel fijn dat er een brugklasgebouw is, dan zit je niet meteen bij al die grote kinderen. Je moet ook wel naar het hoofdgebouw om les te krijgen, maar je hebt in de pauze een eigen plek om te wennen aan de middelbare school. Ik moest ook wel echt wennen aan alle nieuwe docenten en aan steeds een ander lokaal. Dat ging wel snel, hoor. Je wordt ook goed geholpen. In de eerste paar weken herinnerden mijn leraren me eraan wat ik allemaal moest meenemen. Dat schreven ze dan in Magister, in de digitale agenda. De eerste week hebben we ook heel veel uitleg gekregen over hoe alles gaat. En ik weet nu blind de weg in de school. Maar ik ben nog lang niet in alle lokalen geweest! 

Ik wil op het Eckart nog veel meer dingen leren en veel vrienden maken, maar ik hoef niet per se naar een hoger niveau. Ik vind dit prima. Vrienden maken vond ik in het begin wel lastig. Iedereen is nieuw en niemand kent elkaar, dus je durft dan niet als enige ‘hallo’ ofzo te zeggen. Maar nu heb ik wel een vast groepje vrienden. Ik heb ook wel echt het gevoel dat ik mezelf kan zijn op het Eckart. Je hebt gewoon veel verschillende soorten mensen. Je hebt kinderen die altijd in een korte broek lopen, maar ook kinderen die het hele jaar een winterjas dragen. 

Meestal hoeven m’n ouders me niet te zeggen dat ik huiswerk moet maken. Dan ga ik gewoon met een kop thee naar boven. Als je goed je huiswerk maakt, hoef je ook minder te leren voor de toetsen. In de testweek krijg je wel echt veel toetsen in één week. Dan moet je wel op tijd beginnen zodat je alles een beetje kan spreiden. Als je te veel op een dag doet, kan je hoofd het niet aan.’