John van der Kant, docent Nederlands

‘Toen ik voor het eerst op het Eckart kwam, dacht ik: wat groot! Ik kwam van een school met 500 leerlingen. Dat verschil is heel interessant. Alleen al het feit dat je hier meerdere gebouwen hebt. De brugklashal vind ik super; hartstikke fijn om hier te zitten. Er hangt een bijzonder prettige, knusse sfeer. Onder collega’s, maar ook onder de brugklassers. Zij zitten hier écht met elkaar en in de pauze is het een gezellige speeltuin.

Ik geef Nederlands aan b1z, de masterclass. Superleuk. Het zijn leerlingen met een bijzondere kijk op leren. Ze hebben vaak een heel krachtige ‘motor’ die net iets anders werkt. Dan is het prettig om met klasgenoten te zijn die dat ook hebben. Ik wil mét hen ontdekken en leren, dus ik ben niet de docent die de informatie komt brengen. Het komt vaak voor dat mijn lessen totaal anders verlopen dan ik had gepland. Een leerling tipte mij bijvoorbeeld het boek ‘De poppenspeler’ en dat vond ik zó te gek dat ik het voor de hele klas heb besteld.  

Vroeger was ik zelf echt een stuiterbal op school: klom uit het raam of bouwde een feestje. Daardoor snap ik heel goed dat leerlingen soms weinig hebben met het ‘schoolse’ leren. En dat het enorm belangrijk is om te investeren in de relatie die je als docent met hen hebt. Ik wil graag leven in de brouwerij brengen en de leerlingen laten zien hoe mooi taal is. Taal is echt een gereedschap dat je verder kan brengen in het leven.  

Wat ik hoop dat leerlingen zeggen over mij? Ik wil graag dat ze de les Nederlands van Van der Kant een feestje vinden. Dat zou het allermooiste zijn.’